Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer
  • Uitbetaling algemene heffingskorting

    Heb over 2024 aangifte gedaan voor man met AOW en klein pensioen

    Verzamelinkomen 17.215 te betalen belasting 3.282,00 heffingskortingen 3.745,00 dus geen belasting betalen.

    Met aangifte man aangegeven geen gezamenlijke aangifte te doen, partner had geen inkomen uit arbeid.

    Echter partner is in november 2024 67 jaar geworden en heeft 11/2 maand AOW gehad + 229 + 15 + 244,00 pensioen.

    Tot haar pensioen heeft partner elke maand het “aanrecht geld van de belasting ontvangen ongeveer 2.800,00 euro”

    Nu van de belastingdienst bericht gehad dat ze aangifte moet doen..

    Uit deze aangifte blijkt echter dat ze het grootste gedeelte van het aanrechtgeld ongeveer 2.700,00 moet terugbetalen.

    Haar belastbaar inkomen is ongeveer 1.500,00, te betalen belasting 300,00 euro

    Is hier iets aan te doen ?

Gelukt!  Deze vraag heeft een geaccepteerd antwoord

4 reacties

  • Bedankt voor de informatieen het meedenken.

  • Gelukt!  Geaccepteerd antwoord

    Nee.

    U meldt "geen belasting betalen" bij Dhr. (de meestverdienende partner). Daarmee vervalt voor Mw. (de minstverdienende partner) het recht op uitbetaling van welke heffingskorting dan ook. Die uitbetaling (waarvoor ook andere voorwaarden gelden) kan immers nooit hoger zijn dan de verschuldigde belasting van de partner na aftrek van diens eigen heffingskortingen.

    In een situatie als deze moet de voorlopige teruggave bij de minstverdienende partner direct stopgezet worden - in uw casus is dat automatisch gebeurd op het moment dat Mw. AOW gerechtigd werd. 

    Dat Mw. is uitgenodigd om aangifte te doen is omdat een VT altijd gevolgd wordt door een verplichte aanslag. Dat zal in uw casus ook over voorafgaande jaren al gebeurd zijn?

    • Citaat starten
      Arno Havermans
      geschreven op 28 December 2025 om 17:22

      Nee.

      U meldt "geen belasting betalen" bij Dhr. (de meestverdienende partner). Daarmee vervalt voor Mw. (de minstverdienende partner) het recht op uitbetaling van welke heffingskorting dan ook. Die uitbetaling (waarvoor ook andere voorwaarden gelden) kan immers nooit hoger zijn dan de verschuldigde belasting van de partner na aftrek van diens eigen heffingskortingen.

      In een situatie als deze moet de voorlopige teruggave bij de minstverdienende partner direct stopgezet worden - in uw casus is dat automatisch gebeurd op het moment dat Mw. AOW gerechtigd werd. 

      Dat Mw. is uitgenodigd om aangifte te doen is omdat een VT altijd gevolgd wordt door een verplichte aanslag. Dat zal in uw casus ook over voorafgaande jaren al gebeurd zijn?

      Einde citaat

      Bedankt voor het meedenken.

  • Exact hetzelfde probleem werd recent gemeld op het besloten ouderenbond forum van de ANBO-PCOB.

    Er was voor de man iets te weinig belasting verschuldigd over zijn AOW + aanvullend pensioen om de volledige uitbetaling aan zijn vrouw (nov. 2024 AOW gerechtigd geworden) plaats te laten vinden. Bij het doen van de aangifte voor mevrouw was het probleem niet opgelost. Het vreemde bleef dat de heffingskorting, hier € 2700, niet uitbetaald werd, maar het volledige bedrag (2700) moest worden terugbetaald. Niet duidelijk werd of hier een 'bug' in het systeem van de Belastingdienst zat.

    De 'oplossing' was dat de aangifte voor meneer en mevrouw opnieuw werd ingediend. Niet apart, maar gezamenlijk.

Denkt u mee

Wilt u reageren? Log dan eerst in.

Inloggen