-
erfbelasting
Een echtpaar heeft een langstlevende testament.
De man overlijdt en de vrouw erft het gehele vermogen, er ontstaat bij de vrouw een overbedelingsschuld en bij de kinderen een onderbedelingsvordering. Deze zijn, inclusief de aangroei van rente volledig gedefiscaliseerd.
Er moet wel erfbelasting worden betaald, dit is ook gebeurd. De vrouw schiet de erfbelasting van de kinderen voor waardoor er een vordering - en schuld situatie ontstaat.
De vraag is:
* Moeten deze vordering en schuld in de aangifte inkomstenbelasting worden verwerkt ?
*Bij de aangifte Inkomstenbelasting wordt de vraag gesteld of er sprake is van leningen zoals bv. schenken op papier. Wordt hiermee ook de vordering van de erfbelasting bedoeld ?
Gelukt! Deze vraag heeft een geaccepteerd antwoord
3 reacties
-
Moderator Sandra 9 februari 2026 om 15:40
Gelukt! Geaccepteerd antwoord
Hallo, wanneer iemand een vordering krijgt op de partner van een overleden ouder volgens het erfrecht, dan behoort deze vordering niet tot de bezittingen zolang deze niet opeisbaar is.
De langstlevende ouder geeft de schuld ook niet aan.Wij kunnen niet aangeven of de schuld/vordering van het voorschieten hier ook onder valt.
Hiervoor kan een verzoek tot vooroverleg worden ingediend.- Deze reactie is gewijzigd op 9 februari 2026.
-
Arno Havermans 8 februari 2026 om 14:31
Ja. De vordering van de vrouw op de (meerderjarige) kinderen en, omgekeerd, de schuld van de kinderen aan de vrouw wegens het "voorschieten" van de erfbelasting tellen mee voor de bepaling van de box 3 rendementsgrondslag. Voor een schenking op papier geldt hetzelfde.
De bedoelde defiscalisering is naar mijn mening beperkt tot de overbedelingsschulden en onderbedelingsvorderingen die direct voortvloeien uit de afwikkeling van het overlijden van de man. Ik kan in art. 8.4 Wet IB géén aanknopingspunten vinden voor een andersluidend standpunt.
-
Pieter Schakel 6 februari 2026 om 17:59
Antwoord op beide vragen: voor de aangifte inkomstenbelasting hoeven deze bedragen (vorderingen) niet in de aangifte inkomstenbelasting opgegeven te worden. Zijn gedefiscaliseerd.