Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

Les 1: Belasting betalen in Nederland

In Nederland betalen burgers en bedrijven belasting. De overheid gebruikt dit geld voor voorzieningen die voor iedereen zijn, zoals onderwijs, wegen, natuur, zorg, uitkeringen en veiligheid.

Er zijn directe en indirecte belastingen. Indirecte belastingen zijn bijvoorbeeld accijnzen op alcohol en tabak of de motorrijtuigenbelasting. Directe belastingen betaal je aan de Belastingdienst, zoals belasting over inkomen, winst en vermogen. Als je werkt, wordt deze belasting meestal al door je werkgever ingehouden, maar soms moet je later nog bijbetalen.

Niet over alle inkomsten betaal je belasting. Studiefinanciering en toeslagen zijn bijvoorbeeld belastingvrij. Hoe je belasting betaalt, hangt af van de soort inkomsten die je hebt.

De Belastingdienst verdeelt inkomsten in drie groepen, de zogenoemde boxen:

Elke box heeft eigen belastingtarieven. Hoeveel belasting je betaalt, hangt vooral af van je totale inkomsten. Daarnaast kun je aftrekposten en heffingskortingen hebben, waardoor je minder belasting verschuldigd bent. Die leggen we hierna uit.

Omdat de berekening best ingewikkeld kan zijn, rekent de online aangifte dit automatisch voor je uit met de juiste boxen, tarieven en kortingen.

Belastingschijven

Voor je inkomen in box 1 (werk en woning) werken we in Nederland met belastingschijven. Je kunt die schijven zien als verschillende lagen van je inkomen, waarover je telkens een ander percentage belasting betaalt. Hoe hoger je inkomen, hoe meer schijven je doorloopt.

Als je nog niet de AOW‑leeftijd hebt bereikt, gelden deze tarieven:

BelastingschijfBelastbaar inkomen uit werk en woningTarief
1Tot en met € 38.44135,82%
2Meer dan € 38.441 tot en met € 76.81737,48%
3Meer dan € 76.81749,50%

Voorbeeld: Verdien je bijvoorbeeld € 12.000 per jaar met een bijbaan of parttime werk, dan valt je hele inkomen in schijf 1. Je betaalt dan 35,82% over die € 12.000, maar in de praktijk betaal je vaak veel minder omdat je recht hebt op heffingskortingen. Daardoor krijg je meestal (een deel van) de betaalde belasting terug.

Verdien je later meer, bijvoorbeeld € 39.000 per jaar in een fulltime baan, dan werkt het zo:

  • Over de eerste € 38.441 betaal je 35,82%
  • Over de resterende € 559 betaal je 37,48%

Je betaalt dus niet één percentage over je hele inkomen, maar verschillende percentages over verschillende delen. Zo blijft het systeem eerlijk verdeeld.

Aftrekposten

Een aftrekpost is een uitgave die je van je belastbaar inkomen mag aftrekken, waardoor je minder belasting betaalt. Uitgaven die je in 2025 hebt gedaan, neem je op in de aangifte die je in 2026 indient. Tijdens de aangifte berekent de Belastingdienst automatisch of je – afhankelijk van het drempelbedrag – recht hebt op een belastingteruggave. Als dat zo is, wordt dit direct in de aangifte verwerkt.

Voorbeelden van aftrekposten zijn:

Het is verstandig om bonnetjes, facturen en overzichten goed te bewaren, zodat je de juiste bedragen invult.

Heffingskortingen

Heffingskortingen zijn kortingen op de inkomstenbelasting en de premie voor de volksverzekeringen. Daardoor betaal je minder belasting en premies. Welke heffingskortingen je krijgt, hangt af van je persoonlijke situatie. Als je in loondienst bent, houdt je werkgever vaak al rekening met een aantal van deze kortingen.

Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting. Wie werkt, krijgt daarnaast de arbeidskorting, die wordt berekend over het arbeidsinkomen. Ook bij een laag inkomen kunnen heffingskortingen van toepassing zijn. Daarnaast kan het uitmaken of je een fiscale partner hebt.

De Belastingdienst verwerkt automatisch de heffingskortingen waar je recht op hebt wanneer wordt berekend hoeveel belasting je moet betalen of terugkrijgt.

Overzicht van heffingskortingen: