Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer
  • Zorgkosten

    wet Langdurige zorg.

    Mevr 93 jaar is na een aantal longontstekingen opgenomen in een zorgcentrum met een wlz indicatie.,  In het reguliere verzorgingshuis is geen ruimte . Alternatief is een (duur) privaat zorgcentrum. Mevr heeft alleen een  AOW uitkering alleenstaande en zorgtoeslag.  Niet voldoende. Haar zoon betaalt de resterende 20000 euro,  Is dit een gift in de zin van inkomstenbelasting en moet hij daar dan 20% over betalen of mag ik dit zien als een onbelaste vergoeding van de zoon voor hetgeen zijn moeder vroeger gratis voor hem heeft gedaan?

Gelukt!  Deze vraag heeft een geaccepteerd antwoord

1 reactie

  • Gelukt!  Geaccepteerd antwoord

    Dit is een boeiende vraag meneer Snoeren! Ik heb er nog nooit op deze manier mee te maken gehad. Misschien zal de redactie van het Forum zeggen dat schenkbelasting buiten de scope ervan valt. Maar ik kan me voorstellen, zeker met in het achterhoofd ontwikkelingen in de financiering van de zorg voor ouderen, dat de vraag wel vaker bij ons aan de orde zal komen. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een antwoord. 

    Kort samengevat: ja het is een belaste schenking maar er lijken kansen te liggen om kwijtschelding te krijgen voor de verschuldigde schenkbelasting.

    Leest u het rustig door. Ik zou zeer geïnteresseerd zijn in ervaringen en reacties van anderen.

    >>> Successiewet art. 1, zevende lid (wettelijke definitie “gift” voor de schenkbelasting)

    Onder schenking wordt voor de toepassing van deze wet verstaan de gift, bedoeld in artikel 186, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover artikel 13 niet van toepassing is, en voorts de voldoening aan een natuurlijke verbintenis als bedoeld in artikel 3 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

    >>> Burgerlijk Wetboek Boek 7, art. 186, tweede lid (wettelijke definitie “gift”)

    Als gift wordt aangemerkt iedere handeling die er toe strekt dat degeen die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt. (…)

    >>> Burgerlijk Wetboek Boek 6, art. 3 (wettelijke definitie “natuurlijke verbintenis”)

    1 Een natuurlijke verbintenis is een rechtens niet- afdwingbare verbintenis.

    2 Een natuurlijke verbintenis bestaat:

    a. wanneer de wet of een rechtshandeling aan een verbintenis de afdwingbaarheid onthoudt;

    b. wanneer iemand jegens een ander een dringende morele verplichting heeft van zodanige aard dat naleving daarvan, ofschoon rechtens niet afdwingbaar, naar maatschappelijke opvattingen als voldoening van een aan die ander toekomende prestatie moet worden aangemerkt.

    Dus: ja, hier is sprake van een belaste schenking

    Is het al niet op grond van de wettelijke (BW) definitie van een gift (de verrijking), dan wel op grond van de wettelijke definitie van een natuurlijke verbintenis (die expliciet (“en voorts”) meetelt voor de schenkbelasting).

    Er is mij geen specifieke vrijstelling voor schenkbelasting in deze situatie bekend.

    Wel is er de mogelijkheid van de “bijzondere schenkingsvrijstelling” (tekst website Belastingdienst) “vanwege een morele verplichting” (idem). Op de website van de Belastingdienst lees ik de aankondiging “We zeggen er wel direct bij dat deze vrijstelling niet vaak wordt verleend. Het hangt heel erg af van uw situatie”.

    Dat maakt nieuwsgierig naar de wettelijke basis en de voorwaarden van deze bijzondere vrijstelling. Die vond ik (denk ik) in een delegatiebepaling in art. 67 van de Successiewet.

    >>> Successiewet art. 67, eerste lid

    Door Onze Minister kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend van:

    1°.de belasting, verschuldigd wegens een schenking aan natuurlijke personen, waarvan overtuigend wordt aangetoond, dat zij slechts heeft gestrekt tot het verschaffen van levensonderhoud van een begiftigde, die verstoken is van eigen middelen van bestaan en die wegens ouderdom, invaliditeit of om andere redenen buiten staat is zich die middelen door arbeid te verschaffen; (…) (2e e.v. zijn niet relevant)

    Dit lijkt me wel heel erg te passen in de situatie die u in uw casus beschrijft!

    Omdat we hier in het kwijtscheldingshoofdstuk van de Successiewet zitten, lijkt het erop dat de aangifte schenkbelasting gedaan moet worden en dat de schenkbelasting op een aanslag zal komen te staan maar dat u vervolgens voor die aanslag kwijtschelding kan vragen.

    Nóg nieuwsgieriger geworden, kwam ik terecht in het Besluit Schenk- en erfbelasting, kwijtschelding (19 september 2020, nr. 2020-157866, Staatscourant 2020-48127 ( link ).

    In aanvulling op de hierboven al geciteerde wettekst lees ik

    >>> Besluit Schenk- en erfbelasting, kwijtschelding, onderdeel 2

    (…) In dit verband kan ik ook gehele of gedeeltelijke kwijtschelding verlenen voor een schenking voor de bekostiging van noodzakelijke medische hulp die niet door de zorgverzekeraar wordt vergoed. Dit voor zover overtuigend wordt aangetoond dat de patiënt of bij een minderjarige patiënt zijn ouder(s), onvoldoende middelen heeft of hebben om de kosten te betalen.

    Dit maakt uw casus volgens mij nog sterker.

    Hoe dan ook zou ik u aanraden om in contact te treden met de competente inspecteur voor de schenkbelasting. Dit is kennelijk een beleidskwestie. Het besluit verwijst voor het kwijtscheldingsverzoek naar het team brieven en beleidsbesluiten van het Ministerie van Financiën maar ik zou altijd éérst in overleg gaan met de competente inspecteur. De website van de Belastingdienst meldt bovendien “De ontvanger (dat is de begiftigde (ah)) vraagt in de aangifte schenkbelasting om de bijzondere vrijstelling vanwege een morele verplichting”. Dat is verwarrende informatie.

Denkt u mee

Wilt u reageren? Log dan eerst in.

Inloggen