-
KGB inwonen bij ouders met broer
Een vrouw van 31 jaar woont momenteel nog niet op hetzelfde adres als haar moeder, maar is voornemens zich binnenkort samen met haar biologische dochter van 12 jaar in te schrijven op het adres van haar moeder i.v.m. beëindiging relatie. De moeder staat al op dit adres ingeschreven.
Ook de broer van de vrouw, 26 jaar oud en zonder kinderen, zal zich op hetzelfde adres inschrijven. Hij blijft gedurende het gehele jaar 26 jaar.
Zodra iedereen is ingeschreven, staan op hetzelfde BRP-adres de volgende personen ingeschreven:
* moeder (meerderjarig)
* dochter van 31 jaar
* zoon van 26 jaar
* kleindochter van 12 jaar
Het betreft een toekomstige situatie en de beoordeling van het toeslagpartnerschap voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget van de dochter van 31 jaar.
Vraag
Volgens twee medewerkers van de BelastingTelefoon zouden de broer en zus in deze situatie toeslagpartners worden en zou de moeder hierbij niet meetellen.
De vragen zijn:
1. Worden de broer en zus in deze situatie daadwerkelijk toeslagpartners voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget?
2. Op grond van welke wettelijke bepaling wordt de moeder buiten beschouwing gelaten?
3. Telt de moeder niet mee als meerderjarige bewoner bij de beoordeling van het toeslagpartnerschap?
4. Welke invloed heeft de wetswijziging per 1 januari 2025, waarbij ouder en kind niet langer elkaars toeslagpartner kunnen zijn, op deze situatie?
Graag een beoordeling van deze casus met verwijzing naar de relevante wet- en regelgeving.
Gelukt! Deze vraag heeft een geaccepteerd antwoord
4 reacties
-
Moderator Tanja 30 juni 2026 om 15:24
Gelukt! Geaccepteerd antwoord
Hallo Djenita, ik kom even terug op mijn eerdere antwoord waarin stond dat je moet bellen voor een standpuntbepaling.
In deze situatie, zoals die nu omschreven wordt, klopt het antwoord van Arno. Er is hier geen sprake van toeslagpartnerschap. Hierin kun je dus gewoon de toeslagpartnercheck volgen.
- Deze reactie is gewijzigd op 1 juli 2026. Vorig gegeven antwoord bewerkt
-
Moderator Tanja 29 juni 2026 om 15:44
Hallo Djenita we gaan voor je uitzoeken of de antwoorden van Pieter en Arno hier kloppen. Hierdoor kan het antwoord even op zich laten wachten. Zodra we meer weten, komen we bij je terug.
-
Pieter Schakel 26 juni 2026 om 12:56
Bij de vraag van djenita wordt nadrukkelijk gevraagd of er toeslagpartnerschap ontstaat bij inschrijving dochter met minderjarig kind. Samen met de in te schrijven broer als toeslagpartner. Het antwoord te onderbouwen met wettelijke bepalingen (wet Awir / handboek toeslagen) Arno is er met zijn antwoord m.i. heel goed in geslaagd de vraag inclusief verwijzingen naar wetteksten te beantwoorden: geen toeslagpartnerschap.
Bij de Belastingtelefoon werd er in deze situatie twee keer een foutief antwoord gegeven: wel toeslagpartnerschap tussen zoon en dochter. Hoe de Belastingtelefoon aan dit antwoord is gekomen is niet duidelijk, Een aantal keren heb ik meegemaakt dat de desbetreffende belastingmedewerker zelf het hulpmiddel: wie is mijn toeslagpartner bij erbij haalde.
Op grond van de invulling van dit hulpmiddel kwam ik aan het eind bij de volgende vraag terecht:
Hebt u of 1 van uw medebewoners een inwonend kind dat jonger is dan 18 jaar?
Ja / Nee
Bij beantwoording met JA is het volgende resultaat te lezen:
Resultaat
Uw medebewoner is uw toeslagpartner.
In de volgende situaties kan uw medebewoner niet uw toeslagpartner zijn:
Uw medebewoner is uw ouder of kind.
U hebt 2 of meer medebewoners die 18 jaar of ouder zijn.
Hebt u 2 of meer medebewoners?
En was 1 van uw medebewoners in 2025 uw toeslagpartner? Dan is die medebewoner ook uw toeslagpartner in 2026.
Het moge duidelijk zijn dat er ondanks de eerste conclusie: géén toeslagpartnerschap in deze situatie is.
-------------------------------
Een check is Googelen op de volgende gegevens:
drie volwassen alleenstaanden samenwonend met minderjarig kind + toeslagpartnerschap. Als AI-antwoord komt het volgende eruit:
AI-antwoord: Bij drie of meer volwassenen (alleenstaanden) die samenwonen en een minderjarig kind in huis hebben, is er géén sprake van een toeslagpartnerschap. De wet stelt als harde eis dat er slechts sprake is van maximaal één andere volwassene met een minderjarig kind van één van beiden. [1, 2]
Dit betekent voor jullie situatie concreet:
• Geen toeslagpartners: Omdat er meer dan twee volwassenen op één adres wonen, zijn de volwassenen onderling geen toeslagpartners. [1]
• Ouders en kinderen (Pieter Schakel: inclusief verwijzing / bronvermelding naar het handboek toeslagen)
Hoewel AI als zelfstandige bron niet altijd betrouwbaar is komt AI tot dezelfde conclusie: geen toeslagpartnerschap
-
Arno Havermans 25 juni 2026 om 14:57
Op het moment dat dochter (31) en kleindochter (12) intrekken bij moeder ontstaat volgens mij geen toeslagpartnerschap. Moeder en dochter zijn immers eerstegraads bloedverwanten van elkaar. Volgens art. 3-5-a van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (AWIR) kunnen eerstegraads bloed- of aanverwanten nooit elkaars toeslagpartner zijn.
Als daarna zoon (26) ook op hetzelfde adres gaat wonen, geldt tussen hem en moeder hetzelfde: eerstegraads bloedverwantschap verhindert toeslagpartnerschap.
Maar daarna komt de vraag op of zoon (26) toeslagpartner kan zijn van dochter (31) van wie hij een tweedegraads bloedverwant is. Dat zou volgens mij alleen het geval kunnen zijn op basis van art. 3-2-e AWIR: twee meerderjarigen wonen samen met een kind van één van hen namelijk kleindochter (12). Maar omdat ook de moeder op hetzelfde adres woont, komen we niet aan art. 3-2-e AWIR toe. Er zijn op het adres immers drie meerderjarigen in plaats van twee – daarom mist deze bepaling toepassing. Er ontstaat alleen toeslagpartnerschap op grond van art. 3-2-e AWIR als twee meerderjarigen op hetzelfde adres wonen. Let op gebruik van het woord “beiden” in de wettekst. Er bestaat geen toeslagpartnerschap wanneer drie of meer meerderjarigen op hetzelfde adres ingeschreven staan samen met een minderjarig kind van één van hen. Dat is precies uw casus.
Dit is een andere conclusie dan die van de medewerkers van de BelastingTelefoon. Ik veronderstel dat genoemde medewerkers waarschijnlijk het oog hadden op art. 3-2-e AWIR maar misschien onvoldoende scherp op het netvlies hadden dat ook moeder op hetzelfde adres woont – zo simpel is het nu ook weer niet en ik zag het, eerlijk gezegd, ook niet meteen.
En, niet te vergeten, ik kan me vergissen of iets over het hoofd zien.
Maar ik heb enig vertrouwen in mijn conclusie omdat ik voor dit antwoord, behalve van de wettekst, gebruik heb gemaakt van de duidelijke uiteenzettingen in het, in mijn ogen onvolprezen, Handboek Toeslagen. Specifiek onderdeel 6.1.3, 6.1.3.7 en 6.1.3.7.2. Te vinden op de pagina Informatie en ondersteuning van dit Forum.
Reacties en discussie: meer dan welkom!