Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer
  • Langstlevendebeding met wel-opeisbare vordering

    Situatie: vader in 2024 overleden, testament met langstlevende beding, er ontstaat een niet-opeisbare vordering van de kinderen op de moeder. Die hoef je niet in box 3 aan te geven (defiscalisatie), tenzij de vordering door een clausule in het testament opeisbaar geworden is. Echter, moeder is in december onder bewind gesteld, testament zegt dat de vordering dan wel opeisbaar is. Kinderen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om op te eisen (dat kon ook niet omdat het geld grotendeels in de eigen woning zat), moeder is in 2025 overleden.

    Vraag 1: klopt het dat kinderen in dit geval een vordering in box 3 moeten opgeven, en de moeder een schuld?

    Vraag 2: als dit zo is, hoe moet de schuld/vordering worden ingevuld: als een totaalbedrag, of als aparte bedragen voor elk van de  vermogensbestandsdelen, waaronder de eigen woning van moeder?

Gelukt!  Deze vraag heeft een geaccepteerd antwoord

1 reactie

  • Gelukt!  Geaccepteerd antwoord

    Hallo Jan, in de wet IB staat een vrijstelling voor de niet-opeisbare vorderingen van de kinderen op moeder, als deze voortvloeien uit het testament van vader. Als de vordering wél opeisbaar wordt, voldoe je dus niet meer de voorwaarde van niet-opeisbaar. De bezittingen moeten voor beiden (alleen hun eigen deel) worden ingevuld in de betreffende categorieën: bij 'Woningen en andere onroerende zaken' en 'Bank- en spaarrekeningen'.

    De opeisbare vorderingen zijn een bezitting in box 3 voor het kind, gewaardeerd tegen de WEV (Waarde Economisch Verkeer) en het resterende deel van de bezittingen zijn voor de moeder bezittingen in haar aangifte.

Denkt u mee

Wilt u reageren? Log dan eerst in.

Inloggen