Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

Les 2: Bijzondere situaties

1. Twee woningen en de eigenwoningregeling

Hebben uw cliënt en de fiscale partner allebei een eigen woning die zij als hoofdverblijf gebruiken? Dan moeten zij samen kiezen welke woning voor de eigenwoningregeling geldt. Die woning wordt in de aangifte als hoofdverblijf opgegeven. De andere woning hoort dan in box 3, inclusief de bijbehorende schuld, en wordt daar als ‘leegstaand’ aangegeven. Alleen wanneer partners duurzaam gescheiden leven, kunnen zij wel allebei een eigen woning hebben voor box 1.

Worden uw cliënt en de partner tijdens het jaar fiscale partners, dan geldt de keuze voor het hoofdverblijf vanaf het moment dat het fiscaal partnerschap begint – ook als zij ervoor kiezen om voor het hele jaar als fiscale partners te worden beschouwd.

2. Verhuizing

Bij een verhuizing vult u per periode het eigenwoningforfait in over de periode dat uw cliënt stond ingeschreven op dat adres.

Meer informatie leest u op Verschillende eigen woningen in het jaar (verhuizing).

Controleer of uw cliënt de eigen woning weleens verhuurt, bijvoorbeeld tijdens vakanties. In dat geval moet uw cliënt die inkomsten ook opgeven. Verhuurde uw cliënt een kamer of deel van de woning? En is voldaan aan de voorwaarden van de kamerverhuurvrijstelling? Dan hoeft uw cliënt deze huurinkomsten niet op te geven. Meer informatie staat op Ik heb een koopwoning en verhuur een kamer – moet ik dan belasting betalen?

3. Vorige woning te koop

Als uw cliënt is verhuisd maar de vorige woning nog te koop staat, kan deze woning tijdelijk toch als eigen woning blijven gelden. Dat betekent dat uw cliënt nog recht heeft op renteaftrek, zolang aan de voorwaarden wordt voldaan: de woning staat te koop, staat leeg en was in het jaar van verhuizing of in 1 van de 3 voorafgaande jaren het hoofdverblijf.

Uw cliënt mag in deze periode de hypotheekrente en bepaalde kosten (zoals afsluitkosten en erfpacht- of opstalbetalingen) blijven aftrekken, eventueel naast de kosten van de nieuwe woning. In het jaar van verhuizing wordt voor beide woningen het eigenwoningforfait toegepast voor de periode waarin uw cliënt er woonde; daarna alleen voor de woning die het hoofdverblijf is.

De oude woning mag maximaal 3 jaar na het kalenderjaar van vertrek als eigen woning worden opgegeven. Daarna verhuist de woning naar box 3, vervalt de renteaftrek en telt de waarde minus de schuld als vermogen. Is de schuld lager dan de waarde, dan ontstaat overwaarde, die invloed heeft op de renteaftrek van een nieuwe woning en wordt toegevoegd aan de eigenwoningreserve.

Meer informatie leest u op Vorige woning staat te koop. Dit geldt niet als uw cliënt de woning verhuurt in deze periode.

Meer informatie staat op Ik verhuur mijn woning die te koop staat – krijg ik renteaftrek?

4. Scheiden

Gaan uw cliënt en diens fiscale partner uit elkaar en verlaat uw cliënt de eigen woning waarvan die (gedeeltelijk) eigenaar is? Dan blijft de woning voor het eigendomsdeel van uw cliënt nog maximaal 2 jaar onder de eigenwoningregeling, zolang de ex-partner in de woning blijft wonen en zij voor vertrek fiscale partners waren. In deze periode moet uw cliënt het eigenwoningforfait voor het eigen deel aangeven en mag die de betaalde hypotheekrente aftrekken. Na deze 2 jaar verhuist het eigendomsdeel van uw cliënt naar box 3 en stopt de renteaftrek.

Verlaat de ex-partner de woning binnen die 2 jaar en wordt de woning direct leeg te koop gezet, dan blijft de woning voor uw cliënt nog tot uiterlijk 3 jaar na het kalenderjaar van vertrek onder de eigenwoningregeling vallen.

Betaalt uw cliënt naast de eigen rente ook de rente van het eigendomsdeel van de ex-partner als onderdeel van de afspraken over levensonderhoud, dan mag dat deel worden afgetrokken als partneralimentatie. Het eigenwoningforfait van het deel van uw cliënt mag in dat geval eveneens als alimentatie worden afgetrokken.

Blijft uw cliënt in de woning wonen, dan moet die het eigen deel van het eigenwoningforfait aangeven. Woont uw cliënt er zonder huur te betalen voor het deel van de ex-partner en is dat onderdeel van de afspraken over levensonderhoud, dan moet het eigenwoningforfait van de ex-partner worden opgegeven als ontvangen alimentatie. Betaalt de ex-partner de rente over het deel van uw cliënt, dan blijft die rente voor uw cliënt aftrekbaar, maar moet hetzelfde bedrag worden aangegeven als ontvangen alimentatie.

Tip!  Tips

Lees meer over de verschillende scenario’s op U gaat uit elkaar en hebt een eigen woning. Of bekijk alle informatie over Scheiden of uit elkaar gaan.

Gelukt!  Hulpmiddel

Maak een persoonlijke checklist: Wat moet ik regelen met de Belastingdienst als wij uit elkaar gaan?

5. Opname in verzorgingstehuis

Wanneer uw cliënt wordt opgenomen in een verzorgings- of verpleeghuis vanwege medische redenen of ouderdom, blijft de eigen woning nog 2 jaar onder de eigenwoningregeling vallen. In deze periode mag uw cliënt de hypotheekrente blijven aftrekken. De termijn van 2 jaar start op de datum waarop uw cliënt de woning verlaat. Een CIZ‑indicatie geldt in ieder geval als bewijs van opname om medische redenen.

Woont de fiscale partner tijdens de opname in de woning, dan blijft de woning voor uw cliënt als eigen woning gelden, ook als de opname langer duurt dan 2 jaar. Dit geldt voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden die fiscale partners zijn en blijven. Het fiscaal partnerschap eindigt alleen als 1 van beiden dat niet wil of als 1 van beiden een nieuwe fiscale partner krijgt.

Gelukt!  Hulpmiddelen

Gebruik het WOZ-waardeloket als uw cliënt geen WOZ-beschikking heeft.

Maak gebruik van de checklist Huis kopen of verkopen – welke belastingzaken moet ik regelen?

Uitleg over begrippen vindt u in het Eigen Woning Woordenboek.