Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

Les 2: Fictief en werkelijk rendement

De Belastingdienst berekent het box 3-inkomen op basis van de werkelijke samenstelling van het vermogen van uw cliënt (spaargeld, beleggingen, overige bezittingen en schulden) op de peildatum. Voor elk type vermogen wordt een fictief rendement toegepast dat dicht bij het verwachte rendement van sparen of beleggen ligt. Voor spaargeld is dat lager dan voor beleggingen. Jaarlijkse percentages verschillen per vermogenssoort.

Na de Hoge Raad-uitspraak van 24 december 2021 is de oude rekenmethode vervangen door een methode met rechtsherstel. Deze geldt ook voor mensen met inkomen over 2021–2022 en is vanaf 2023 verder vormgegeven in de overbruggingswetgeving. Als de oude methode gunstiger is, past de Belastingdienst die automatisch toe bij de definitieve aanslag.

Als het werkelijk rendement van uw cliënt lager is dan het fictieve rendement, mag uw cliënt dat lagere rendement laten meewegen; voor 2017-2024 krijgt u bericht wanneer u uw werkelijk rendement mag doorgeven. Vanaf 2025 wordt het werkelijk rendement in de aangifte verwerkt. De Belastingdienst hanteert altijd de voor uw cliënt meest voordelige berekening.

Tip!  Tips

Lees over het berekenen van het fictieve rendement per vermogenscategorie op Hoe hoog is mijn box 3-inkomen met het fictief rendement?

Lees over de juridische achtergrond en de tijdelijke wetgeving op Box 3: rechtsherstel en overbruggingswetgeving.

Bekijk de antwoorden op vragen over de tegenbewijsregeling op Veelgestelde vragen en antwoorden over de Opgaaf werkelijk rendement.