Les 1: Box 3
1. Bezittingen
Vraag uw cliënt of die bezittingen heeft zoals spaargeld, beleggingen, aandelen, een tweede woning of een los perceel. Als dat het geval is, moet uw cliënt de waarde daarvan opgeven in de aangifte inkomstenbelasting, ook voor de fiscale partner en minderjarige kinderen, ongeacht of die bezittingen of schulden in Nederland of in het buitenland staan.
Controleer ook of er groene spaartegoeden of beleggingen zijn. Een overzicht met groene investeringen met belastingvoordeel staat op Banken met een groenfonds. Voor groene beleggingen en groene spaartegoeden geldt een vrijstelling. Voor 2026 is de vrijstelling voor groene beleggingen € 26.715 zonder fiscale partner en € 53.430 met fiscale partner. Uw cliënt geeft alleen het niet-vrijgestelde deel van groene beleggingen in box 3 op. Behalve op de vrijstelling heeft uw cliënt ook recht op extra heffingskorting. Deze heffingskorting is in 2026 0,1% van het bedrag van de vrijstelling waar iemand, eventueel samen met de partner, recht op heeft.
Als uw cliënt lid is van een vve moet het aandeel in het eigen vermogen van de vve op 1 januari worden opgegeven; dit staat in de jaarrekening onder ‘Eigen vermogen’ en omvat ook alle reserves (algemene reserve, onderhoudsreserve, voorzieningen, bestemmingsreserves en nog te bestemmen resultaat). Een overzicht van alle bezittingen in box 3 vindt u op Wat zijn uw bezittingen?
2. Vrijstellingen
Soms geldt er een vrijstelling, bijvoorbeeld bij contant geld. Contant geld en cadeaubonnen zijn in 2026 vrijgesteld tot € 672 zonder fiscaal partner en € 1.344 met fiscaal partner; alles daarboven moet worden opgegeven.
Sommige bezittingen hoeven niet te worden opgegeven. Denk aan landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet 1928, bossen, natuurterreinen, voorwerpen van kunst en wetenschap tenzij deze vooral als belegging worden gehouden, bepaalde vorderingen uit een erfenis, sommige kapitaalverzekeringen, roerende zaken voor eigen gebruik (bijvoorbeeld eigen auto, inboedel) en het gespaarde bedrag van een levensloopregeling. Een overzicht van vrijgestelde bezittingen vindt u op Welke bezittingen zijn vrijgesteld?
Een kapitaalverzekering eigen woning hoort bij uw inkomen uit werk en woning (box 1) en niet bij uw bezittingen in box 3. De online aangifte stelt aan de hand van de antwoorden vast in welke box een bezitting hoort. Welke keuzes gemaakt zijn, kunt u terugvinden in de online aangifte, bij het overzicht belasting en premies.
3. De waarde van bezittingen
In box 3 betaalt uw cliënt belasting over diens vermogen op 1 januari van het belastingjaar. Het gaat om de waarde van alle bezittingen minus de schulden, waarover eerst het heffingsvrij vermogen wordt afgetrokken; alleen het restant is belast. Voor 2026 is het heffingsvrij vermogen € 59.357 voor iemand zonder fiscale partner en € 118.714 voor iemand met fiscale partner.
4. Cryptovaluta
Cryptobezittingen of crypto’s zijn digitale ruilmiddelen waar geen (officiële) centrale tegenpartij zoals een bank aan te pas komt. De meeste transacties in crypto’s vinden plaats via zogenoemde omwisselplatforms. Daar kunt u tegen betaling van regulier geld crypto’s aankopen of omwisselen tegen andere crypto’s.
Crypto’s vallen meestal in box 3 en tellen mee bij het vermogen op 1 januari. Leg uw cliënt uit dat de waarde van crypto s moet worden opgegeven zoals die op 1 januari 0:00 uur was volgens de koers op het gebruikte omwisselplatform.
Let op: in uitzonderlijke gevallen – zoals bij minen of loon uitbetaald in crypto’s – kunnen crypto’s in box 1 vallen.
Of uw cliënt belasting moet betalen hangt af van het totale box 3-vermogen op de peildatum. Het bedrag boven het heffingsvrij vermogen wordt belast.
Cryptobezittingen zoals bitcoins vallen onder ‘bankrekeningen en andere bezittingen’. Vink in de aangifte het vakje ‘Cryptobezittingen’ aan. Uw cliënt kan het bedrag daarna invullen.
Doet uw cliënt aangifte voor 2024 of eerder? Dan vinkt die het vakje ‘Overige bezittingen’ aan in het scherm ‘Bankrekeningen en andere bezittingen’. Daarna vult uw cliënt het bedrag in bij ‘Andere bezittingen’.
De Belastingdienst rekent standaard met een fictief rendement om het belastbare voordeel uit crypto’s te bepalen, voor 2026 is dat 6% en hierover geldt een tarief van 36%. Uw cliënt kan er vanaf 2025 voor kiezen om in plaats van het fictieve rendement het werkelijk rendement door te geven, waarvoor hij of zij de waarde op 1 januari en 31 december en de totale aankopen en verkopen over het jaar moet aanleveren.
De Belastingdienst gebruikt altijd de voor uw cliënt gunstigste berekening. Als de houder minderjarig is, moeten de ouders of verzorgers de crypto’s in hun aangifte opnemen.
Over crypto’s hoeft uw cliënt niet altijd aangifte inkomstenbelasting te doen of belasting te betalen.
Lees meer over de regels op de pagina’s Moet ik aangifte doen en belasting betalen over mijn crypto’s? en Cryptobezittingen (zoals bitcoins).