Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

Les 2: Praktische aandachtspunten bij het verdelen

Bij het verdelen van gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten spelen in de praktijk verschillende factoren een rol. Hoewel het aangifteprogramma een voorstel kan doen, blijft het belangrijk dat u begrijpt waarom een bepaalde verdeling gunstig of juist ongunstig kan uitpakken. De onderstaande aandachtspunten helpen u om de verdeling zorgvuldig te beoordelen en waar nodig te optimaliseren.

1. Consistentie tussen aangiftes

Wanneer fiscale partners apart aangifte doen, moeten de verdelingen in beide aangiftes exact overeenkomen en samen 100% vormen. Een inconsistente verdeling kan leiden tot fouten, vertraging of een onjuiste aanslag. Controleer daarom altijd of beide aangiftes dezelfde verdeling hanteren.

2. Toedelen aan de meest voordelige partner

Het toedelen van aftrekposten aan de partner met het hoogste inkomen levert in veel gevallen het meeste belastingvoordeel op. Toch is dat niet altijd de beste keuze.

Sinds de afbouw van het maximale aftrektarief is het voordeel bij een hoog inkomen beperkt. Daarnaast kan een aftrekpost bij de partner met het lagere inkomen er soms voor zorgen dat diens belastbaar inkomen precies onder een grens zakt, waardoor deze partner recht krijgt op een hogere algemene heffingskorting.

Het is daarom verstandig om bij posten zoals giften, specifieke zorgkosten en de persoonsgebonden aftrek altijd te rekenen met beide verdelingen om te zien wat onderaan de streep voor uw cliënt het meest oplevert.

Let op: Is het inkomen uit werk en woning zonder aftrekposten in 2026 meer dan € 78.426 (2025: € 76.817)? Dan geldt een lager tarief voor uw aftrekposten. Dat betekent dat uw client minder aftrek krijgt.

Het percentage van de tariefsaanpassing is in 2026 11,94% (2025: 12,02%). Door de aanpassing krijgt iemand in 2026 over alle aftrekposten in de hoogste belastingschijf maximaal 37,56% (2025: 37,48%) belasting terug. Lees hier voor welke aftrekposten dit geldt.

3. Situaties met AOW-gerechtigdheid

In het jaar waarin 1 van de partners AOW-gerechtigd wordt, daalt voor die partner het gecombineerde belastingtarief in de 1e schijf omdat geen AOW-premie meer verschuldigd is. De partner die nog geen AOW ontvangt, valt daardoor in een hogere eerste-schijftarief. Een aftrekpost levert bij die partner een groter belastingeffect op, omdat de aftrek wordt verrekend tegen dit hogere gecombineerde tarief. De tariefverschillen zijn terug te vinden in de tabel voor box 1 van de Belastingdienst.

4. Rekening houden met de aanslaggrens

Bij een te betalen bedrag van € 58 of minder legt de Belastingdienst geen aanslag op. Dit geldt alleen als er in dat jaar geen voorlopige aanslag is vastgesteld, omdat een voorlopige aanslag al tot een betalingsverplichting leidt.

De aanslaggrens geldt per belastingplichtige. Voor 2026 wordt geen te betalen aanslag opgelegd als het te betalen bedrag € 58 of minder is. Door de verdeling van gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten kan het te betalen bedrag van 1 van de partners onder of boven deze grens uitkomen. Lees meer op Definitieve aanslag inkomstenbelasting.

5. Overlijden van een fiscale partner

Overlijdt een fiscale partner gedurende het jaar? Dan kan de achterblijvende partner ervoor kiezen om voor het gehele kalenderjaar als fiscale partners te worden beschouwd. In dat geval kunnen bepaalde inkomsten en aftrekposten over het hele jaar worden verdeeld.

Deze keuze kan ook gevolgen hebben voor box 3. Bij de berekening van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen wordt het heffingsvrije vermogen van beide partners in aanmerking genomen. De daarna resterende gezamenlijke grondslag sparen en beleggen kan tussen de partners worden verdeeld. Hierdoor kan ook het heffingsvrije vermogen van de overleden partner worden benut.

6. Onherroepelijke aanslagen en bezwaar

Zodra de aanslagen van beide partners onherroepelijk vaststaan, kan de verdeling niet meer worden aangepast. Als uw cliënt de verdeling toch wil wijzigen, moet binnen 6 weken na de datum van de definitieve aanslag bezwaar worden gemaakt. Na deze termijn staat de verdeling vast.